Gisteravond zaten Sara en ik op de bank.
Wel samen, maar niet tegen elkaar aan.

We keken naar een film. Een man en een vrouw die samen een lange wandelreis maakten. Door alles wat ze meemaakten groeiden ze steeds meer naar elkaar toe. Vertrouwen, verbinding, liefde, ondersteuning.

Sara huilde af en toe zachtjes.
Ik voelde vooral een groeiende onrust.
Ik durfde niet naar haar te kijken.

Na afloop gingen we zwijgend naar bed. Ik gaf haar een kus op haar voorhoofd. Ze draaide zich op haar zij, met haar rug naar me toe.

Die nacht droomde ik dat alles tussen ons hetzelfde was —
behalve dat ik onzichtbaar was.

Ze praatte tegen me, leefde met me, maar ik kon gewoon mezelf zijn, zonder spanning dat het fout zou gaan.
Ik voelde een opluchting die me liet schrikken.
Vrijheid. Spontaniteit.

Toen ik wakker werd lag Sara nog steeds met haar rug naar me toe.

Tegen mijn gewoonte in schoof ik dichter tegen haar aan, lepeltje-lepeltje.
Ze zuchtte diep, half slapend, half wakker.


En daarna gebeurde er iets wat we al lang niet hadden ervaren.
Rustig, intiem. Alleen onze lichamen spraken. Die kenden de weg nog.
Ik hoefde niets uit te leggen of te sturen, alleen aanwezig te zijn.


Na afloop voelde ik me voldaan, maar ook een beetje onhandig.

Zonder woorden, zonder analyse, vielen we weer in slaap.

Bij de voordeur gaf ze me nog een kus op mijn mond.

In plaats van het gebruikelijke kusje op mijn wang.


Ongewoon. Verwarrend. Hoopvol.



Wat dit kan betekenen

Veel van de mannen die ik begeleid herkennen dit:

  • Nabijheid, maar geen verbinding

  • Samen zijn, terwijl je lichaam alert blijft

  • Een vaag, moeilijk te plaatsen gevoel

Soms, als de controle even wegvalt in een moment van halfslaap, kan er iets moois ontstaan.
Juist omdat je even uit je patroon stapt, zonder dat je erover nadenkt.

Oefening van deze week (30 seconden)

Als je deze week merkt dat je “er wel bent, maar niet helemaal”:

  • Adem 3 keer rustig in door je neus

  • Adem langzaam uit door je mond

  • Zonder iets te hoeven veranderen

Gewoon even ademen.

Dat geeft lucht.

Meer hoeft niet.

In mijn Handboek voor Liefdesrelaties gebruik ik verhalen zoals deze om eerst te ervaren, en pas daarna woorden te geven aan wat er gebeurt — zonder snelle oplossingen.

Lees verder en ontdek hoe dit jou kan helpen